Kleine Knagers

Konijnen

“Bijzondere” dieren

We zien tegenwoordig steeds meer “bijzondere” dieren op consult. Met “bijzondere”dieren bedoelen we huisdieren, anders dan de hond en de kat, zoals bijvoorbeeld konijnen, cavia’s, fretten, etc.

Omdat er tegenwoordig steeds meer bekend is over de gezondheid van deze dieren en we ook zien dat ze tegenwoordig een steeds grotere rol in het gezin gaan spelen, willen wij ook aan deze dieren graag aandacht besteden. Dierenarts Delia Rijnbergen-Rhebergen heeft een warme interesse voor deze groep en volgt ook regelmatig nascholingen die speciaal op de gezondheid van deze groeiende groep gericht zijn.

Op dit deel van de website besteden wij aandacht aan de verzorging en gezondheid van deze dieren.

 

Knagers

Onder de knagers vallen zowel de knaagdieren als de konijnen. Konijnen horen officieel niet tot de knaagdieren (“rodentia”), omdat het gebit van konijnen (en haasachtigen, de “lagomorpha”) anders van opbouw is dan dat van knaagdieren.

Het grootste verschil is dat konijnen achter hun bovenste twee snijtanden een paar extra tandjes hebben, de zogenaamde stifttandjes.  Daarnaast is er ook een verschil in de relatieve lengte van de wortels van de snijtanden.

 

Huisvesting & Verzorging

Konijnen zijn vriendelijk en goed als huisdier te houden. Ze kunnen alleen of met meer gehouden worden. Meer konijnen hebben uiteraard meer ruimte nodig, een konijn alleen heeft meer aandacht van het baasje nodig. De beste combinatie van 2 konijnen bestaat uit een mannetje en een vrouwtje, dit levert over het algemeen de minste problemen op. Het is dan natuurlijk wel belangrijk om gezinsuitbreiding te voorkomen.

Met goede verzorging, voeding en aandacht kan hij/zij gemiddeld 8 jaar worden, dwergjes zelfs wel 12 jaar!

 

Ze kunnen zowel binnen als buiten gehouden worden. De grootte van de kooi hangt af van de grootte van het ras, maar over het algemeen heeft een konijn veel beweging, en dus veel ruimte nodig. Dit kan ook verzorgd worden door een wat kleiner hok te hebben, maar het konijn dagelijks los te laten lopen in een ren of in huis.

Een buitenhok moet bescherming bieden tegen zon, wind, regen en roofdieren (ook honden en katten). Houd er rekening mee dat een konijn een graver is: een uitloop moet dus ook aan de onderkant afgezet worden! Ook in de winter kan een konijn buiten gehouden worden. Als het vriest, is het wel belangrijk dat het water regelmatig ververst wordt.

’s Zomers is het belangrijk te zorgen dat er een koele plek beschikbaar is, een konijn heeft vaak meer last van hitte, dan van kou.

Als een konijn niet gewend is aan de buitenlucht en -temperatuur, zet het dan niet ineens buiten. Het is aan te raden de “verhuizing” van binnen naar buiten zo te plannen, dat de temperatuur binnen en buiten redelijk overeen komt. Meestal moet de buitentemperatuur dan rond de 15˚C zijn.

Konijnen kunnen goed getraind worden en kunnen zelfs zindelijk gemaakt worden. Loslopen in huis kan dan probleemloos, als de vloeren niet te glad zijn. Let wel op dat er niet geknaagd kan worden aan elektriciteitskabels e.d.

 

De dagelijkse verzorging bestaat uit een kleine controle van het gebied rond de staart (op plakkende ontlasting, wondjes en/of vliegeneitjes of –larven), met name ’s zomers. Hou ook de nagels en de tanden in de gaten, zodat deze niet te lang worden. Ga de tanden niet knippen als u denkt dat deze te lang zijn, maar neem contact op met de dierenarts.  Door de tanden te knippen kunnen de wortels beschadigd worden. Daarnaast heeft een konijn, zeker als het alleen gehouden wordt, behoefte aan aandacht.

 

Voortplanting

Konijnen staan bekend om hun vruchtbaarheid: ze zijn jong vruchtbaar en planten zich snel voort. Een voedster kan vanaf 4 maanden vruchtbaar zijn, een ram(melaar) vanaf 5 maanden. De draagtijd is ca 4,5 week en direct na de bevalling kan een voedster weer gedekt worden. Een nest bevat 1-10 jongen, die na ca 6 weken bij de moeder weg kunnen.

 

 

Voeding

Het belangrijkste voor de gezondheid van een konijn is ervoor te zorgen dat hij goede voeding binnenkrijgt.  Als een konijn niet eet, is er iets aan de hand en moet er snel ingegrepen worden. Door hun grote dikke- en blinde darm hebben ze veel ruwvoer nodig voor een goede darmwerking. Het beste dieet voor een konijn ziet er als volgt uit:

  • Onbeperkt goed hooi en water
  • Beperkte hoeveelheid konijnenkorrels: 20-30 gram voer per kg konijn per dag. Dus geen gemengd voer, hieruit selecteren konijnen vaak de “lekkere hapjes”. Wij adviseren Supreme Science Selective.
  • Mogelijke extraatjes (als het konijn dit gewend is, anders kan dit leiden tot darmproblemen): wortel(loof), paprika, appel, witlof, paardenbloemblad, weegbree, bloemkoolblad, alles goed gewassen. Liever geen koolsoorten, deze kunnen tot gasvorming (en buikpijn) leiden.
  • Blindedarmkeutels! Een konijn maakt twee soorten ontlasting: de harde droge keutels die uit de dikke darm komen, maar ook de ontlasting vanuit de blinde darm, die het konijn normaal gesproken rechtstreeks uit de anus opeet. Dit klinkt misschien vies, maar is essentieel voor de gezondheid van een konijn. Een te dik konijn kan niet meer bij de anus komen, en deze keutels dan ook niet goed opeten, waardoor ze blijven plakken.
  • Géén knaag- of likstenen, deze bevatten veel te veel mineralen en kunnen leiden tot blaasstenen.

Plotselinge grote voerwisselingen (bijv. ineens veel groenvoer) kunnen leiden tot ernstige, zelfs dodelijke darmstoornissen, pas hier dus mee op.

 

 

Gezondheid

Heel veel konijnen komen nooit bij de dierenarts en leiden een heerlijk en gezond leven. Er zijn echter een aantal gezondheidsproblemen die regelmatig voorkomen bij konijnen en waarvoor een bezoek aan de dierenarts noodzakelijk is.

 

Signalen dat een konijn niet gezond is

Konijnen zijn in de basis prooidieren, en laten daardoor vaak pas laat zien dat ze ziek zijn. Wat zijn mogelijke signalen?

  • Minder/niet eten of drinken, minder of geen keutels produceren
  • Minder actief, stil in een hoekje zitten
  • Slechte vacht (niet verwarren met de rui!)/jeuk/korstjes/schilfers
  • Vieze ogen/neus
  • Gewichtsverlies
  • Scheve kop/schudden met de kop
  • Vies kontje/diarree

 

De meest voorkomende gezondheidsproblemen zetten wij hieronder op een rij.

 

 

Gebitsproblemen

De tanden en kiezen van een konijn groeien het hele leven door, gemiddeld 2 mm per week. Afslijten gebeurt door kauwen, maar vooral ook door bewegingen met de tanden en kiezen over elkaar die een konijn in rust maakt. Dit moet niet verward worden met het hoorbare tandenknarsen, wat een uiting is van ongemak en/of pijn. Soms kunnen de tanden en kiezen niet goed afslijten, doordat ze niet goed op elkaar aansluiten. Daardoor krijgt een konijn scheef afgesleten tanden en kiezen, waardoor scherpe punten kunnen ontstaan, die in wang, tong of gehemelte prikken. Eten wordt dan pijnlijk en soms zelfs onmogelijk. Vaak ontstaat dit heel geleidelijk.

Een tandprobleem kunt u zelf vaststellen, voor beoordeling van de kiezen moet u langs de dierenarts. Tijdens het spreekuur kunnen grote kiesproblemen vaak met een speciaal hulpstuk op de otoscoop (oorkijker) vastgesteld worden. Als de problemen subtieler zijn, kan het zijn dat dit alleen onder narcose vast te stellen is, dit omdat de bek van een konijn diep en smal is en de achterste kiezen anders vaak niet te beoordelen zijn. Behandeling bestaat uit het vijlen/slijpen van de tanden of kiezen. Bij tandproblemen kan dit zonder narcose, maar voor het behandelen van de kiezen is een narcose noodzakelijk. Regelmatige controle na behandeling is verstandig, de tanden en kiezen groeien immers altijd door. Vaak zal blijken dat na verloop van tijd (dit kan variëren van 6 weken, tot een jaar) weer een behandeling nodig is.

 

Tandproblemen worden meestal veroorzaakt door een aangeboren of verkregen (door bijvoorbeeld een val) verkeerde stand van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak. Als alleen de tanden het probleem zijn, en de tanden erg vaak bijgeslepen moeten worden en/of het konijn de behandeling erg stressvol vindt, kan er ook worden gekozen voor een meer permanente oplossing: het verwijderen van de snijtanden. Dit gebeurt uiteraard onder narcose. Het klinkt radicaal, maar als het konijn de tanden toch niet kan gebruiken en er alleen maar hinder van ondervindt, is het op de lange duur een betere oplossing. Hooi eten is vaak wat lastiger na deze ingreep, dus kan het nodig zijn het hooi wat fijner te maken. Brokjes en groenvoer geven bijna nooit problemen.

 

Kiesproblemen ontstaan vaak door een heel andere oorzaak. De specialisten zijn er nog niet over uit wat de precieze oorzaak is, maar er zijn twee theorieën.

Theorie 1: Door een gebrek aan calcium in de voeding, of eigenlijk door een wanverhouding van calcium en fosfor, worden de botten zwakker en kunnen de tanden en kiezen niet alleen aan de kroonzijde (het gedeelte van de kies dat in de bek te zien is) doorgroeien, maar ook aan de wortelzijde. De druk die dit veroorzaakt op de zenuw die hier onderdoor loopt, leidt tot pijn bij het eten van met name harde materialen, zoals hooi. (Door de lange wortels van de bovensnijtanden kan ook een tranend oog ontstaan, omdat de traanbuis dichtgedrukt wordt door de wortels)

Door de problemen met eten, slijten de tanden onvoldoende af en kunnen standsafwijkingen ontstaan. Dit leidt tot haken op de kiezen. Uiteindelijk, helaas vaak pas na een aantal jaar en (mogelijk) vele gebitsbehandelingen, worden de tanden en kiezen zo erg aangetast, dat ze niet meer kunnen groeien. Op het moment dat dit proces bij alle tanden en kiezen is voltrokken, treedt vaak een verbetering op in de toestand van het konijn en is gebitsbehandeling niet meer nodig. Met aangepaste voeding kan het konijn dan prima functioneren.

 

Theorie 2: Door lichtverteerbare, of eigenlijk te makkelijk te verwerken voeding (zoals biks), kauwen sommige konijnen onvoldoende, waardoor de tanden en kiezen onvoldoende op elkaar afslijten. Door het onvoldoende afslijten ontstaan haken, waarna een konijn vaak helemaal stopt met eten.

 

Wat de precieze oorzaak ook is, de gevolgen zijn hetzelfde: een konijn dat niet tot nauwelijks eet vanwege de haken op zijn kiezen, verwondingen aan de tong en/of wangen en pijn bij het eten. De enige optie op dat moment is een gebitsbehandeling onder volledige narcose, waarbij de haken weggevijld worden en de kiezen zoveel mogelijk bijgewerkt, zodat fatsoenlijk eten weer mogelijk is.

 

 

Maagdarmkanaal

Algemeen

Het konijn heeft een maagdarmkanaal dat gemaakt is om slecht verteerbare, plantaardige voeding te verwerken. Om dit te kunnen doen, heeft een konijn een relatief grote dikke- en blinde darm. In deze dikke- en blinde darm leven zeer veel bacteriën die een belangrijke bijdrage leveren aan de vertering. Daarom moet bij konijnen altijd voorzichtig omgegaan worden met het geven van antibiotica, omdat deze ook de goede bacteriën kunnen doden. Daardoor zouden de slechte bacteriën de overhand kunnen krijgen en zo gezondheidsproblemen veroorzaken.  De goede bacteriën maken zelfs bepaalde voedingsstoffen en vitaminen, die een konijn alleen binnen kan krijgen, door een deel van de eigen ontlasting weer op te eten. Konijnen produceren namelijk 2 soorten keutels:

  1. De keutels uit de dikke darm. Dit zijn de harde keuteltjes die konijnen de hele dag door produceren.
  2. De keutels uit de blinde darm. Dit zijn zachtere keutels, die normaal gesproken (bijna) niet gezien worden, omdat het konijn ze rechtstreeks uit de anus opeet, meestal in de nacht of vroege ochtend.

 

NB    Een konijn moet elke dag eten! Als uw konijn niet eet, neem dan contact op met uw dierenarts.

 

Ziekteproblemen

Doordat de darmen voor een konijn heel belangrijk zijn, zijn ze ook heel kwetsbaar. Er kunnen een aantal problemen optreden met het maagdarmkanaal van het konijn.

 

Diarree: Diarree bij het konijn heeft grofweg 3 oorzaken.

  • Bij jongere konijnen (<6mnd) wordt regelmatig coccidiose gezien. Dit is een besmetting met kleine parasieten die schade aan de darm veroorzaken. Dit kan aangetoond worden met onderzoek van de ontlasting.
  • Bij konijnen van alle leeftijden kan ook sprake zijn van een wormbesmetting. Vroeger werd gedacht dat konijnen geen wormen konden krijgen, maar tegenwoordig blijkt dit toch wel het geval te zijn. Deze wormen zijn vaak wat lastiger aan te tonen. Op verse blinde darm-keutels kunnen de wormen soms met het blote oog gezien worden, vaak hebben de konijnen ook slijmerige ontlasting.
  • De laatste veel voorkomende oorzaak is de voeding: een plotselinge voerverandering (te veel vers materiaal) of te weinig ruwvoer (hooi).

Dan is er nog een vierde vorm van zachte ontlasting, die regelmatig verward wordt met diarree: Bij ziekte, moeilijk eten of een te dik konijn kan het gebeuren dat de zachte keutels uit de blinde darm niet opgegeten worden en dan dus ineens wel gezien worden. Dit moet dus niet verward worden met diarree, wel is er dan een probleem dat opgelost moet worden, het konijn hoort deze keutels immers op te eten en heeft ze nodig om gezond te zijn.

 

“Haarbal”: Veel mensen hebben wel eens ergens gehoord dat een konijn ook last kan hebben van haarballen. Over het algemeen heeft een konijn echter pas last van haren in de maag, als er andere problemen in de darmen zijn, waardoor de darmen stil komen te liggen. Bij een normaal gezond konijn gaan de haren gewoon met de ontlasting mee naar achteren en worden uitgepoept. Om dit mogelijk te maken, is het wel belangrijk dat een konijn voldoende ruwe vezels binnen krijgt, in de vorm van hooi.

 

Darmimmobiliteit: Een ander woord hiervoor is ileus of atonie. Dit is als de normale darmbewegingen niet meer optreden en de darmen dus “stil” komen te liggen. Hiervoor zijn veel oorzaken aan te wijzen, maar de belangrijkste zijn: stress, uitdroging, pijn (bijv. door infectie of ziekte), verstopping van het darmkanaal, onvoldoende ruwvoer in het dieet of neurologische oorzaken (problemen met de zenuwvoorziening).

De gevolgen van darmimmobiliteit zijn ernstig: doordat de darmen stil liggen, kunnen verkeerde bacteriën in de darm tot ontwikkeling komen en gasvorming veroorzaken of giftige stoffen afscheiden. Een konijn kan hieraan dus overlijden.

Tekenen dat een konijn hieraan lijdt zijn: geen of te kleine keuteltjes; keutels met slijm eromheen; zeer luid geborrel van de darmen of juist helemaal geen geluid uit de buik; het konijn is stilletjes, wil niet eten of zit in elkaar gedoken; een bolle buik kan voorkomen bij veel gasvorming; knarsetanden (teken van pijn).

Behandeling is afhankelijk van de oorzaak, maar bestaat vaak uit een combinatie van medicijnen.

  • Vocht: onderhuids gegeven infuus en extra vocht via de bek
  • Darmstimulerende middelen: metoclopramide (injectie of vloeistof) en cisaral drops zijn essentieel. Cisaral is zeer veilig en moet gegeven worden tot er weer normale keutels geproduceerd worden.
  • Pijnstilling: pijn kan zowel oorzaak als gevolg van darmimmobiliteit zijn, en moet dus bestreden worden.
  • Voeding:
    • Hooi is belangrijk om de darmen te stimuleren. Eventueel kan in plaats van gewoon hooi, alfalfa-hooi gegeven worden. Alfalfa moet niet te vaak gegeven worden, omdat het vrij eiwitrijk is.
    • Dwangvoeding is noodzakelijk als het konijn echt niet wil eten. Hiervoor zijn speciale preparaten verkrijgbaar bij de dierenarts. Eventueel kan als tijdelijke oplossing gekozen worden voor het malen van de gewone korrels, en dit gemengd met water met een spuitje geven.
    • Eventueel kunnen kruiden als munt, basilicum, dille, koriander of peterselie geprobeerd worden om de eetlust te stimuleren. Hiermee moet opgepast worden als een konijn niet gewend is vers groenvoer te krijgen.
  • Vitaminen: Met name vitamine B, dit stimuleert de eetlust en vult eventueel ontstane tekorten aan.
  • Ananassap: helpt bij de vertering van voedingsdeeltjes die mogelijk een verstopping veroorzaken
  • Buikmassage: voorzichtig een steeds diepere massage van de buik kan een goed effect hebben

 

 

Blaasproblemen

De urine van een konijn is normaal gesproken troebel door de aanwezigheid van kristallen (calciumcarbonaat). Konijnen verbruiken namelijk veel calcium en scheiden een deel hiervan weer uit in de urine. Dit is dus de normale gang van zaken, en geen afwijking. Bij jonge konijnen in de groei en bij drachtige voedsters is de urine vaak wel helder, dit omdat alle calcium gebruikt wordt.

Hoewel de aanwezigheid van kristallen in de urine van konijnen dus “normaal” is, kunnen er soms wel problemen ontstaan. De kristallen zijn zwaarder dan de urine en zullen dus uitzakken naar onderin de blaas. Konijnen nemen normaal gesproken een specifieke houding aan om te urineren, vaak vooraf gegaan door een periode van beweeglijkheid, waardoor de kristallen in de urine als het ware “opgeschud” worden. Als het konijn dan urineert, zijn de kristallen dan goed door de urine heen gemengd en blijft er weinig tot niks achter in de blaas. Bij sommige konijnen kunnen er problemen ontstaan. Oorzaken hiervoor zijn bijvoorbeeld:

  • Pijn, waardoor een konijn minder graag beweegt of niet de juiste plashouding kan aannemen
  • Een (te) klein hok, waardoor een konijn minder goed kan bewegen
  • Overgewicht
  • Verminderde wateropname of minder vaak urineren
  • Afwijkingen in de stofwisseling, waardoor excessief veel calcium wordt uitgescheiden
  • Zenuwproblemen, waardoor de blaas niet meer goed samentrekt en dus niet meer goed geleegd wordt, of waardoor de blaas juist niet goed sluit en er dus urine lekt

In die gevallen kan het zijn dat er een blaassteen gevormd wordt, of dat er zich zoveel kristallen ophopen in de blaas dat er een laag “zand” in de blaas ontstaat. Hierdoor kunnen blaasontstekingen ontstaan en moeite met urineren.

NB Niet kunnen plassen is een spoedgeval! Als uw konijn lijkt te persen op urine en u ziet niets komen, neem dan direct contact op. In het gunstigste geval is dit een uiting van een blaasontsteking, in het ongunstigste geval kan het betekenen dat een blaassteen de plasbuis blokkeert. Dit is levensbedreigend!

Blaasontstekingen kunnen ook ontstaan door een bacteriële infectie. Dit ziet u vaak doordat er bloed in de urine zit en uw konijn veel en vaak plast. Niet elke roodverkleuring van de urine hoeft echter bloed te zijn. Ook door plantenkleurstoffen kan de urine rood worden. Bij een verdenking op blaasontsteking, willen wij dus altijd graag ook de urine controleren.

 

 

Luchtwegproblemen

Luchtwegproblemen komen regelmatig voor bij konijnen. Wat we het meeste zien is “het snot”, zoals het in de volksmond heet. Dit is een infectie van de voorste luchtwegen met een bepaalde bacterie, Pasteurella multocida. Dit is een bacterie die in veel konijnenkolonies aanwezig is en lang niet altijd klachten hoeft te geven. Als de bacterie de overhand krijgt, leidt dit tot pusvorming in de neusholte. De voorste luchtwegen van een konijn zijn vrij smal, waardoor een konijntje dan dus vrij snel benauwd kan worden. De verschijnselen die dan het meest gezien worden zijn: snuivende ademhaling, uitvloeiing uit de neus (vaak zien we dit met name aan de binnenzijde van de voorpootjes, omdat een konijn z’n neus vaak schoonpoetst), niezen en proesten. Vaak is het heel moeilijk om de problemen definitief op te lossen en blijft de bacterie aanwezig in het konijn en zal opnieuw de kop opsteken als de weerstand minder wordt.

Sommige konijnen krijgen nooit last van ‘snot’, of overwinnen de infectie als ze er mee in aanraking komen, andere konijnen blijven levenslang een regelmatig terugkerende infectie houden.

In heftige gevallen kan de Pasteurella-bacterie naar binnen slaan en een hevige longontsteking veroorzaken. Direct behandelen is dan noodzakelijk, want als de ontsteking eenmaal aanslaat in de longen, is genezing vrijwel onmogelijk en kan een konijn heel snel zo benauwd worden, dat hij sterft.

 

 

Entingen

Bij het konijn bestaan 2 dodelijke ziekten waartegen geënt kan worden. Beide ziekten zijn niet tot nauwelijks te behandelen en verlopen vrijwel zonder uitzondering dodelijk.

         Myxomatose: besmetting vindt plaats door stekende insecten of direct contact en leidt tot zwellingen rond ogen, neus, oren en geslachtsorganen. Het konijn is heel ziek en sterft vaak doordat het niet meer kan eten of ademen door de zwellingen in de luchtwegen.

         VHD/VHS (Viraal Hemorrhagisch Syndroom): besmetting vindt plaats door direct contact, contact met uitwerpselen van besmette dieren, via gras/plantenmateriaal dat in contact is geweest met besmette dieren en via stekende insecten. Een dier kan plotseling dood gevonden worden zonder ziekteverschijnselen te hebben gehad, of, bij een minder snel verloop, benauwd zijn, niet eten, tandenknarsen en bloed of schuim uit  de neus hebben. De ziekte verloopt vrijwel zonder uitzondering dodelijk.

 

Vroeger waren er 2 losse entingen beschikbaar voor deze ziekten, en moest de enting tegen myxomatose 2-3 keer per jaar gegeven worden. Gelukkig bestaat tegenwoordig een gecombineerde entstof, die werkt tegen beide ziekten en 1 jaar bescherming biedt. Deze enting mag gegeven worden vanaf een leeftijd van 5 weken. In het voorjaar organiseren wij 2 speciale entmiddagen, waar wij de entingen tegen gereduceerd tarief aanbieden.

 

 

Gezondheid

Encephalitozoon cuniculi

Encephalitozoon cuniculi is een protozoe (een eencellig organisme, iets groter dan een bacterie) die veel voorkomt bij konijnen, er wordt zelfs geschat dat zo’n 80-90% van alle konijnen deze parasiet bij zich draagt.

  1. cuniculi kan heel lang in het lichaam aanwezig zijn zonder problemen te geven. Vaak ontstaan pas problemen als de weerstand minder wordt door bijvoorbeeld stress, ziekte of ouderdom. De problemen ontstaan dan doordat E. cuniculi zich gaat vermeerderen en ontstekingsreacties veroorzaakt. Er zijn een aantal voorkeursplaatsen in het lichaam waar de klachten ontstaan, namelijk:
  • De hersenen. Klachten die kunnen optreden zijn met name verbonden aan het evenwichtsorgaan, zoals cirkelen, omvallen, rondtollen, nystagmus (het heel snel heen en weer bewegen van de ogen als gevolg van de problemen met het evenwicht)
  • De blaas en nieren. Door ontstekingen in de nieren, kunnen deze niet goed meer functioneren en wordt er te veel urine aangemaakt. Hierdoor verliest een konijn dus veel vocht en zal (duidelijk) meer gaan drinken en heldere urine krijgen (bijna alle gezonde konijnen hebben troebele urine door de aanwezigheid van blaasgruis) Omdat E. cuniculi ook regelmatig problemen geeft met de zenuwvoorziening van de blaas, kan het ook gebeuren dat een konijn incontinent wordt en dus urine lekt. Dit kan “urinebrand” veroorzaken, een vervelende ontsteking van de huid van met name de buik en de achterpoten, doordat de huid steeds in contact komt met urine.
  • De achterpoten. Hier kunnen zwakte en zelfs verlammingsverschijnselen optreden. Soms slepen ze met 1 poot, soms kan de hele achterhand niet meer meekomen
  • De ogen. Met name na besmetting in de baarmoeder, dus voor de geboorte, kan een ontstekingsreactie in het oog optreden, waardoor de lens melkachtig wit van kleur of troebel wordt. Meestal zien we dit dan dus al van jongs af aan. Een witverkleuring van de lens kan ook ten gevolge van staar of (hoewel er twijfel is of dit daadwerkelijk kan bij konijnen) suikerziekte.
  • Het hele lichaam. Soms zien we met name “slijten”, vermageren of het niet goed doen als belangrijkste klacht.

 

  1. cuniculi kan dus een breed scala aan problemen geven, die allemaal ook nog eens door andere oorzaken kunnen ontstaan. Daar komt nog bij dat het heel moeilijk is om E. cuniculi aan te tonen én dat het niet mogelijk is om E. cuniculi 100% te genezen.

Door middel van bloedonderzoek kan met een redelijke waarschijnlijkheid aangetoond worden dat een konijn in aanraking is geweest met E. cuniculi, maar daarmee is nog niet zeker of E. cuniculi ook daadwerkelijk de oorzaak van de klachten is, aangezien een zeer groot percentage van de konijnen E. cuniculi bij zich draagt zonder er ziek van te zijn. Meestal zullen we bij een sterke verdenking op E. cuniculi de behandeling dus inzetten zonder gebruik te maken van een bloedonderzoek.

Die behandeling bestaat uit een kuur van 28 dagen met fenbendazol. Dit zorgt ervoor dat de hoeveelheid E. cuniculi in het lichaam van uw konijn sterk verminderd wordt, zodat de ontstekingsreacties minder worden. Helaas is het niet mogelijk om de parasiet volledig uit het lichaam te verwijderen. Maar als de afweer van uw konijn weer wat versterkt is, is dit normaliter dus ook niet nodig. Het kan wel verstandig zijn om te overwegen uw konijn een (kortdurende, 9 dagen) kuur te geven op het moment dat u weet dat er veel stress zal optreden, omdat dit de weerstand vaak verlaagt.

 

 

Baarmoederkanker

De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de ziekteproblemen die voorkomen bij konijnen. Eén van de meest schokkende bevindingen uit deze onderzoeken, is dat zo’n 50-75% van de voedsters ouder dan 5 jaar, te maken krijgt met baarmoederkanker. Mogelijk zijn hier nog rasverschillen in aan te wijzen, maar hiervoor is nader onderzoek noodzakelijk. Wel of geen nestje gekregen hebben, maakt geen verschil.

De tumor ontwikkelt zich geleidelijk in het slijmvlies van de baarmoeder, en kan als eerste tekenen leiden tot bloederige uitvloeiing of bloed bij de urine, meestal tegen het eind van het plassen aan. Na verloop van tijd (meestal duurt dit wel 1-2 jaar) wordt de tumor groter en kan gaan uitzaaien naar andere organen in de buikholte. Als dat het geval is, kunnen er klachten ontstaan als pijnlijkheid in de buik, verstoppingen of verminderde beweeglijkheid van de darmen, vermageren en zelfs benauwdheid bij uitzaaiingen naar de longen.

Bij een snelle diagnose (vaak is de tumor al te voelen in de buikholte!) kan een sterilisatie, waarbij de baarmoeder en de eierstokken verwijderd worden, het probleem volledig oplossen. Als er echter al uitzaaiingen aanwezig zijn, is er geen therapie meer mogelijk.

Wij adviseren daarom uw voedster op jonge leeftijd (liefst voor 2 jaar) te laten steriliseren. Hoe jonger de voedster, hoe minder vet in de buikholte en hoe minder risico op bloedingen en andere complicaties. Voor informatie over de sterilisatie, zie verderop.

 

 

Huid

Bij konijnen komen verschillende huidproblemen voor.

Het meest zien we de besmetting met de vachtmijt, Cheyletiella. Hierdoor kunnen schilfering, kale plekken en soms jeuk ontstaan. Cheyletiella is besmettelijk, dus als 1 konijn problemen heeft, is het verstandig alle konijnen te behandelen. De oorzaak van een besmetting is vaak moeilijk te vinden, maar kan bijvoorbeeld contact met andere konijnen zijn of zelfs het hooi of stro.

Bij konijnen komen ook de echte schurftmijten voor, die meestal grotere huidklachten geven dan de vachtmijt. Dit omdat schurft echt heftige jeuk veroorzaakt en het konijn daardoor zichzelf vaak verwondt bij het krabben. Schurftmijt is aan te tonen door middel van een diep (tot bloedens toe) afkrabsel van de huid te maken en dit te bekijken onder de microscoop.

Konijnen hebben ook hun eigen oormijt.  Deze is in principe niet besmettelijk voor andere diersoorten of mensen, maar kan bij een konijn wel heftige klachten veroorzaken. De konijnen hebben vreselijke jeuk in hun oren en vaak zien we ook dat er dikke korsten ontstaan in de oren, waardoor door een ophoping van oorsmeer eronder, vaak ook nog eens een oorontsteking ontstaat.

Alle mijtsoorten en ook vlooien bij het konijn kunnen tegenwoordig goed en veilig behandeld worden met een pipetje Stronghold. 2 of 3 behandelingen met 3 weken tussentijd zijn meestal voldoende.

NB Gebruik, in geval van vlooien bij het konijn, geen frontline gebruiken, dit kan dodelijk zijn!

 

Een ernstig en zeer vervelend huidprobleem kan ontstaan bij een konijn met een vieze achterhand door plakkerige ontlasting of diarree: Maden!

Dit wordt ook wel myasis genoemd en ontstaat door de larven van de groene vlieg. Deze legt zijn eitjes bij voorkeur in vastgeplakte ontlasting of op ontstoken huid, onder en bij de staart van het konijn. Met name in de zomermaanden zien we dit probleem regelmatig voorkomen. De maden ontwikkelen zich heel snel en beginnen direct na het uitkomen in en onder de huid van het konijn te graven en te eten. Als we er snel genoeg bij zijn, kan een konijn behandeld en gered worden, maar helaas zien we ook gevallen waarbij de maden zich al zo ver naar binnen hebben gegeten, dat euthanasie de enige humane optie is.

Het is daarom, zeker in de zomermaanden, heel belangrijk uw konijn, maar ook het hok, goed schoon te houden, zodat deze nare ziekte geen kans krijgt. Tegenwoordig zijn er producten op de markt die de kans op besmetting met maden sterk verkleinen. Als uw konijn regelmatig plakpoep heeft of lange haren die het schoonhouden van de vacht erg moeilijk maken, is het aan te raden dit soort producten in de warme maanden te gebruiken.

 

 

Sterilisatie/Castratie

Castratie: vanaf 5-6 maanden kan een rammelaar gecastreerd worden, de testikels worden dan verwijderd. Als gevolg zal een rammelaar vaak vriendelijker en rustiger worden en kunnen er uiteraard geen jonge konijntjes meer verwekt worden. De castratie van de rammelaar gebeurt bij ons onder een lokale verdoving. Hiervoor wordt de ram in een handdoek gewikkeld, waarbij we de achterzijde vrijhouden. Na een prikje pijnstilling en een langwerkend antibioticum, worden de huid en de balletjes lokaal verdoofd en door 2 kleine sneetjes worden de balletjes verwijderd. Een paar hechtinkjes, zowel in- als uitwendig, en uw konijntje kan er weer tegen! Voordeel van deze methode, is dat uw konijn gelijk weer vlot en fit is en eigenlijk zo goed als geen nazorg nodig heeft. Een nadeel is dat het mogelijk iets meer stress oplevert. In onze ervaring geeft dit echter nooit problemen en wegen de voordelen van het snelle herstel hier ruimschoots tegenop!

 

Sterilisatie: in de volksmond heet het verwijderen van de eierstokken (en meestal ook de baarmoeder) bij een vrouwelijk dier een sterilisatie. Eigenlijk is het ook een castratie, omdat de organen verwijderd worden. Voor het gemak hebben we het echter over een sterilisatie. Dit gebeurt minder vaak, omdat een voedster minder vaak vervelend gedrag vertoont en ook omdat het een grotere en dus duurdere operatie is dan de castratie van de ram. Een reden om het wel te doen, is dat baarmoederkanker en eventueel eierstokproblemen vrij vaak gezien worden bij konijnen. Helaas is dit moeilijk te zien en komen we er dus vaak (te) laat achter. Als het op tijd herkend wordt, kan een voedster dan alsnog geopereerd worden. Vaak is de operatie dan wel moeilijker uitvoerbaar, omdat er meer vet in de buikholte aanwezig is, naarmate de voedster ouder wordt.

Bij ons in de praktijk worden regelmatig konijnen gesteriliseerd. Bij de sterilisatie van een voedster hanteren wij een all in-prijs. Dit omdat wij vinden dat een voedster alle hieronder genoemde onderdelen nodig heeft om goed en vlot te kunnen herstellen van deze best heftige ingreep. In de prijs inbegrepen zit de narcose, de operatie, pijnstilling en een eenmalige injectie met een antibioticum dat 3-4 dagen werkt, onderhuids infuus, dwangvoeding tijdens de opname (en indien nodig een injectie met een darmstimulerend middel) en pijnstilling voor thuis. Hiermee geven wij uw konijn de best mogelijke kansen op een vlot herstel na de operatie. Uiteraard is het wel van belang dat u ook thuis uw konijntje goed in de gaten houdt, met name of ze goed gaat eten. Soms is het nodig om uw konijn 1 of 2 dagen wat te dwangvoeren ter ondersteuning.

 

 

Narcose bij het konijn

De meeste konijneneigenaren zijn vrij huiverig voor een narcose bij hun konijn en dat is logisch! Bij een hond of een kat is het al spannend als een narcose nodig is, maar konijnen zijn nog veel kwetsbaarder en gevoeliger voor de mogelijk nadelige gevolgen van een narcose.

NB Een konijn hoeft nooit te vasten voor een narcose!

Er zijn een aantal redenen waardoor de narcose bij een konijn riskanter is dan bij een hond of een kat:

  • Een konijn heeft, verhoudingsgewijs, meer narcose nodig om goed te behandelen te zijn. En hoe meer narcose, hoe meer risico op bijwerkingen. Dit probleem pakken wij aan door zeer bewust om te gaan met de hoeveelheid narcosemiddel die een konijn krijgt en ook goed te bepalen welke middelen we gebruiken. Een narcose moet altijd gestart worden met een injectie, maar kan vervolgens onderhouden worden met gasnarcose. Ook kan de hoeveelheid narcosemiddel bij oppervlakkige ingrepen verminderd worden door het gebruik van een lokale verdoving. Zodra de ingreep achter de rug is, krijgt elk konijn direct een prikje om weer wakker te worden, zodat ze zo snel mogelijk weer fit rondhuppelen. Daarnaast geven wij bij echt grote ingrepen ook infuus om het uitscheiden van de narcosemiddelen te stimuleren.
  • Eén van de belangrijkste problemen is vaak de herstelperiode ná de narcose. Door de narcosemiddelen of door napijn na een ingreep, kan het zijn dat de darmen van een konijn moeilijk of niet op gang komen. Dwangvoeren zodra het konijn weer goed wakker is en eventueel het gebruik van darmstimulerende middelen kunnen deze problemen beperken.
  • Een risico tijdens de narcose, zeker bij een grote ingreep in de buikholte, is afkoeling. Tijdens de ingreep ligt het konijn op een warmtematje en tijdens het bijkomen onder een warmtelamp. De temperatuur voor en na de narcose houden we bij. Als een konijn erg veel afgekoeld is, kunnen we eventueel nog extra kruikjes gebruiken. Onderkoeling remt namelijk het herstel.
  • Bij een ingreep waarbij een konijn op de rug moet liggen, kunnen problemen met de ademhaling optreden door de relatief kleine borstholte en de zware darmen die op de longen drukken. Dit soort ingrepen proberen wij dan ook zo kort mogelijk te laten duren. Eventueel kan ondersteuning worden geboden door extra zuurstof aan te bieden door een kapje, zodat de effecten beperkt worden.

Gelukkig gaat het veel vaker goed, dan dat het verkeerd afloopt! Uiteraard heeft ook de algemene gezondheidstoestand van een konijn hier invloed op, hoe fitter uw konijn is vóór de narcose, hoe sneller het herstel.