Diergeneesmiddelen op recept
Vanaf 1 juli 2008 is er een wijziging opgetreden in de diergeneesmiddelenrichtlijn in Nederland. Vanaf deze datum treedt nl. de receptplicht in werking. In deze samenvatting leest u meer over de receptplicht en over de kanalisatiestatus van medicijnen in Nederland.
In Nederland is een kanalisatiestatus van kracht voor medicijnen die toegediend worden aan voedselproducerende dieren. Ook het paard valt onder deze categorie. Deze kanalisatiestatus houdt in dat er medicijnen bestaan die alleen door een dierenarts mogen worden toegediend (de zgn. UDD middelen). Daarnaast zijn er middelen die alleen door een dierenarts mogen worden afgeleverd aan de diereigenaar ( de zgn. UDA middelen). Naast deze twee categorieën zijn er de zogenaamde vrije middelen, die ook door erkende bedrijven (zoals paardensportwinkels, agrarische winkels) mogen worden verkocht. Sinds 1 juli is er een vierde categorie middelen ingevoerd, nl. de URA middelen, wat betekent: uitsluitend op recept afleveren. De volgende middelen vallen onder de URA regeling:
- Ontwormingsmiddelen
- Middelen tegen parasieten
- Middelen tegen schimmels
- Kalmeringsmiddelen
- NSAID's (pijnstillers)
Tot nu toe vielen veel van deze middelen onder de categorie vrije middelen. Per 1 juli 2008 vallen deze middelen onder de receptplicht. Om deze middelen te verkrijgen hebt u als eigenaar twee opties. In beide gevallen is tussenkomst van een dierenarts noodzakelijk. Enerzijds is het mogelijk om met een recept van de dierenarts deze middelen te kopen bij een leverancier met afleververgunning of een apotheker. Anderzijds is het mogelijk om de middelen rechtstreeks bij uw dierenarts te kopen, in dit geval is geen recept nodig.
Waarom heeft de Nederlandse regering er voor gekozen om de diergeneesmiddelenregeling te wijzigen? De redenen hiervoor zijn tweeledig. Aan de ene kant is er een toename van resistentie of ongevoeligheid tegen bepaalde medicijnen geconstateerd. Dit houdt in dat er bijvoorbeeld steeds meer wormsoorten niet gevoelig zijn voor de wormmiddelen die nu op de markt zijn. Aangezien het niet de verwachting is dat er binnen korte tijd nieuwe middelen ontwikkeld zullen worden, moeten we het dus nog een poosje doen met de middelen waar we nu over beschikken. Het is dus zaak om deze middelen op de juiste manier in te zetten. De regering heeft daarom de dierenarts aangewezen als poortwachter van de distributie van diergeneesmiddelen. Het verstrekken van diergeneesmiddelen dient zo gepaard te gaan met een goed advies. Zo kun je bijvoorbeeld aan je dierenarts vragen om een ontwormplan op te stellen voor je paard(en). Met zo'n ontwormplan zorg je ervoor dat je je paard het hele jaar door op de juiste manier ontwormd.
De tweede reden om de diergeneesmiddelenregelgeving te wijzigen is de volksgezondheid. Ook bij mensen komt steeds meer resistentie voor tegen bepaalde antibiotica, denk maar aan de MRSA-bacterie (de zgn. ziekenhuisbacterie). Er wordt hierbij een link gelegd tussen het ontstaan van resistente bacteriën bij mensen en het gebruik van antibiotica bij dieren. Al met al twee heel legitieme redenen om als gehele sector onze verantwoordelijkheid op te pakken.
Bij veel eigenaren leeft de angst dat ze veel meer zullen moeten betalen voor bijvoorbeeld hun ontwormingsmiddelen. Deze angst is gelukkig ongegrond. De prijs van ontwormingsmiddelen bij een erkende handelaar of bij de dierenarts ontlopen elkaar nauwelijks.
In het kort is hiermee de nieuwe diergeneesmiddelenrichtlijn uitgelegd. Voor vragen omtrent de veranderingen voor uw persoonlijke situatie kunt u altijd terecht bij de praktijk.