a) Paramyxo: het vaccineren van de oude duiven, kan in verschillende periodes gedaan worden. Een mogelijkheid is na de ruiperiode, maar voor het koppelen. (Tot 3 weken voor het koppelen kan dit). Een 2e tijdstip is, als de duiven gekoppeld zijn en op nest zitten. De 3e periode is voor aanvang van het vliegseizoen (tot 3 weken voor de vluchten beginnen). Als de duiven voor het koppelen gevaccineerd worden, geven ze via de eieren afweerstoffen door aan hun jongen, zodat deze in hun eerste levensweken beter beschermd zijn tegen paramyxo.
Vaccinatie tegen paramyxo kan gecombineerd worden met een vaccinatie tegen pokken/difterie en in sommige gevallen ook met een vaccinatie tegen paratyphus.
b) Paratyphus: het beschermen van de vliegduiven is vooral van belang tijdens het vliegseizoen en aansluitend in de ruiperiode. Vaccinatie is daarom vooral aan te bevelen, voor het vliegseizoen begint (minimaal 3 weken voor de vluchten beginnen).De kweekduiven echter moeten al (min. 3 weken) voor het koppelen gevaccineerd worden, om problemen met de kweek te voorkomen. Jonge duiven mogen vanaf 6 weken leeftijd gevaccineerd worden. Voor een goede bescherming moeten de duiven twee vaccinaties krijgen met een tussentijd van 3 weken. Daarna twee keer per jaar herhalen.
c) Pokken: ongevaccineerde duiven zijn zeer gevoelig voor het pokken-difterie virus. Wanneer de duiven (éénmalig) gevaccineerd worden, zijn de duiven gedurende minimaal één jaar beschermd tegen pokken. Het is daarom sterk aan te bevelen, m.n. de jonge duiven voor het begin van het vliegseizoen te vaccineren tegen pokken. Dit kan door een gecombineerd vaccin met paramyxo, of door een vaccinatie met levend, verzwakt vaccin. Deze laatste vaccinatie wordt uitwendig op de kale huid (bil) uitgevoerd.