Landbouwdieren

Pluimvee

DGC Boven-Veluwe heeft een rijke traditie in het begeleiden van pluimvee bedrijven. Dit had zijn oorsprong in het feit, dat er een grote fokkerij organisatie door ons werd begeleid. Deze is ondertussen verplaatst naar het buitenland, maar de contacten met veel pluimvee integraties en bedrijven is gelukkig blijven bestaan.

In de commerciële pluimveehouderij zijn twee soorten bedrijven te onderkennen. Enerzijds is er de legpluimveehouderij, waar kippen gehouden worden, die consumptie eieren produceren. Anderzijds zijn er de kippen, die voor de vleesproductie worden gehouden. Dit zijn de vleeskuikens.

 

De fokkerijorganisaties zorgen voor nieuw fokmateriaal. Dit fokmateriaal bestaat uit de zogenaamde grootouderdieren. Uit de combinatie van grootouderhennen en hanen komen eieren, die naar een broederij gaan. De kuikens die na ongeveer vier weken broeden uit de eieren komen, zijn de moederdieren. Dit zijn in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden zowel hennen als hanen. Deze kuikens gaan naar een opfokbedrijf, totdat ze ongeveer volwassen zijn (legkippen op ongeveer 16-18 weken en vleesdieren op ongeveer 18-20 weken). De volwassen dieren zorgen voor de productie van broedeieren, waar de legkippen of de vleeskuikens uit komen.

 

De dierenartsen van DGC Boven-Veluwe bezoeken de diverse pluimveebedrijven voor het geven van adviezen, het uitvoeren van vaccinaties (zoals tegen vogelpest, pseudo-vogelpest en verschillende andere ziektes), het behandelen van koppels zieke kippen en het controleren op besmettelijke ziektes in verband met export.

Binnen de praktijk is er een ruimte voor het doen van secties en het uitvoeren van eenvoudig laboratorium onderzoek.