Schapen & Geiten

Wormen en coccidiose bij schapen en geiten

Wormen

Er bestaan meer dan 20 soorten maagdarmwormen bij schapen en geiten. Of deze wormen schadelijk zijn, is afhankelijk
1. De ernst van de infectie (aantal wormen)
2. Type worm: sommige wormsoorten zijn schadelijker dan andere

Voor schapen en geiten zijn er vijf soorten die gevaarlijk zijn, namelijk:
1. Haemonchus contortus (rode lebmaagworm): veroorzaakt grote sterfte onder de lammeren en volwassen dieren als gevolg na bloedarmoede. De worm zuigt zich vast in de lebmaag voedt zicht daar met bloed. De mestkeutels van deze dieren zien er meestal normaal uit, dit is duidelijk anders dan bij andere worminfecties.
2. Nematodirus battus (lammerworm): infecties zien we voornamelijk bij jonge lammeren, 6 – 12 weken leeftijd, en is zichtbaar door waterdunne diarree. De dieren hebben enorme dorst, zijn sloom of er treedt acute sterfte op (in later stadium)
3. Fasciola hepatica (leverbot): Leverbot infecties kunnen bij schapen (en veel andere diersoorten waaronder ook de mens) van alle leeftijden veel problemen veroorzaken.
4. Teladorsagia circumcinta (lebmaagworm): problemen met deze worm zien we voornamelijk gedurende de zomer, najaar en winter door verminderde eetlust, achterblijven in groei en dunnere mest.
5. Trichostrongylus soorten: problemen met deze wormsoorten zien we voornamelijk in de herfst en winter en dan voornamelijk bij lammeren met onvoldoende weerstand.

Coccidiose

Coccidiën zijn ééncellige parasieten en worden ook wel protozoën genoemd. Bij schapen en geiten komen verschillende soort specifieke coccidiën voor. Bij het schaap zijn er twee soorten die echt ziekteverwekkend zijn en bij de geit vijf.
Meestal verloopt een coccidiose infectie bij lammeren zonder verschijnselen, echter kan soms ook ernstige bloederige en/of zwarte voorkomen. Deze lammeren persen op de mest en vertonen verschijnselen van buikpijn waardoor ze slecht willen drinken met als gevolg slap worden. Hierdoor kunnen ze sterven. Een coccidiose infectie bij lammeren zien we meestal vanaf 3-4 weken leeftijd tot een leeftijd van 8-12 weken.

Preventieve maatregelen
Om de schadelijke gevolgen van een maagdarmwormeninfectie en/of coccidiose zoveel mogelijk te beperken is het belangrijk om de volgende maatregelen in acht te nemen:
1. Regelmatig mestonderzoek
2. Verstandig behandelen
3. Regelmatig omweiden

Mestonderzoek
Mestonderzoek wijst in veel gevallen (maar niet álle gevallen) uit of de dieren wormen hebben, met welke wormsoort ze besmet zijn en hoe hoog de besmetting is. Mestonderzoek geeft in combinatie met eventuele ziekteverschijnselen of het klinische beeld een aanwijzing of dat de problemen veroorzaakt worden door wormen. Bovendien is mestonderzoek onmisbaar om vast te stellen of het gebruikte wormmiddel heeft gewerkt, of er dus geen resistentie is.
Wij hebben de mogelijkheid om de mest op onze eigen praktijk te onderzoeken. Hiervoor kunt u zelf mest van een aantal dieren verzamelen. Probeer van 10-15 dieren per samenweidend koppel mest te verzamelen. Bij het maken van mengmonsters moet de mest van gelijksoortige dieren bij elkaar blijven, bijvoorbeeld lammeren, ooien, overlopers, etc.
Onder de microscoop tellen we dan het aantal wormeieren per wormsoort (EPG) en we kijken of er coccidiose aanwezig is. Afhankelijk van de uitslag wordt er dan een advies gegeven om welk of niet te behandelen en met welk middel.

Wanneer mestonderzoek doen?
Geschikte momenten om een mestonderzoek te doen zijn:

Lammeren:
* Rond 1 juli, als de lammeren enige tijd aan besmetting zijn blootgesteld
* Circa 4 weken nadat ze zijn ingeschaard in een onveilige weide
* Wanneer een wormbesmetting vermoed wordt
* Wanneer de dieren +/- 4 weken op hetzelfde perceel hebben gelopen

Volwassen dieren:
* 10 – 12 dagen na behandeling met een ontwormingsmiddel om te controleren op resistentie
* Bij beweiding langer dan 4 weken op hetzelfde perceel

Omweiden
Om een wormbesmetting te voorkomen en zo min mogelijk te moeten ontwormen is he verstandig schapen en geiten op tijd te verweiden naar veilig land. Dit is mede afhankelijk van de omgevingstemperatuur en hoe nat/droog het land is. Als er sprake is van warme temperaturen en natte weide ontwikkelen wormeieren sneller tot infectieuze larven. De kortste periode voor veilig omweiden die aangehouden kan worden is 10 dagen.
Het omweidschema dat aangehouden kan worden is:
1. Half maart – half juni: elke 3 weken
2. Half juni – 1 november: elke 2 weken
3. 1 november – half maart: dieren kunnen op hetzelfde land blijven.
Voor elke schapen- en/of geitenhouder geldt natuurlijk een andere uitgangssituatie; dit is mede afhankelijk van het beschikbare weideoppervlak en het aantal aanwezige dieren. Voor een worm advies opmaat kunt u contact opnemen met onze praktijk en we kunnen samen met u een ontworm- en beweidingsplan opstellen.

 

 

Bij spoed 24 uur per dag bereikbaar

7 dagen per week onder de volgende nummers:

Gezelschapsdieren

Rondweg 78, Wezep

(038) 376 62 01

Landbouwhuisdieren

Rondweg 78, Wezep

(038) 376 62 00

Paarden

Rondweg 78, Wezep

(038) 376 62 00

Gezelschapsdieren

Spreekuur maandag t/m vrijdag:
Alleen op afspraak van 8:30 tot 17:00 uur
Dinsdagavond op afspraak van 18.30-19.30 uur
Zaterdag op afspraak van 09.30-10.30 uur

Apotheek open:
Maandag t/m vrijdag 08.00-17.00 uur
Zaterdag apotheek open van 9.15-11.00 uur

Landbouwhuisdieren

Telefonisch spreekuur:
Maandag t/m zaterdag 08.00-09.00 uur
Verder alleen op afspraak

Apotheek open:
Maandag t/m vrijdag 08.00-17.00 uur
Zaterdag 08.00-09.30 uur

Altijd op de hoogte?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief landbouwhuisdieren

Nieuwsbrief

Boven Veluwe DierGezondheidsCentrum

Rondweg 78
8091XK Wezep

Route